Zij... (poetische tekst)

Ze keek omhoog naar de volle maan,

ze voelde het leven, een warme gloed,

ze voelde haarzelf, flowen, in het leven verder gaan.

 

Ze stond op en werd wakker in haar kracht,

ze zag de wereld in eenheid, vrijheid en zacht.

Wat haar te doen stond en waar ze thuis zou zijn,

ze gaf het leven niet op, trotseerde haar hartepijn.

 

Niet met trots en opgeheven hoofd, maar nederig stond ze toe dat alles haar overkwam,

ook als het leven haar alles ontnam.

Ze wist dat ze er zou staan wanneer de tijd rijp was,

ze kon stralen en kon genieten van elke pas.

 

Nooit gezien, nooit gehoord en soms vergeten,

buitengesloten, maar dit altijd al geweten.

Ze gaf nooit op, tot het gaatje en daar voorbij,

het leven was haar vaak voor, maar de kracht tot ommekeer, dat bracht zij.

 

Grauw werd gekleurd en verdriet werd liefde,

haar innerlijke waarheid werd getoond, ze werd haar eigen geliefde.

In het oog van de storm, de stilte van haar bewustzijn,

vloog ze als een adelaar door haar leven, verwerkte alle pijn.

 

Ware liefde zit slechts binnenin, daar waar je alleen maar zelf kunt zijn,

de weg naar een nieuw begin.

Ze keek naar de volle maan, voelde het leven langzaam weer bruisen,

alsof we naar de sterren gaan, wanneer we verlicht worden en onze ziel door alle dimensies zal huizen.

 

In helderheid omsloten werd de waarheid haar getoond,

ze sprak zichzelf toe. 'Alleen ware liefde wordt beloond'

Wanneer ik mezelf mag toestaan op deze wereld te lopen,

niet langer te vluchten van wie ik ben, niets meer in mij zal ontlopen.

 

'Ik zal nooit meer dezelfde zijn', sprak ze zichzelf toe.

Wetende nooit zichzelf veranderd te hebben, slechts geheeld wat pijn heeft gedaan, alleen maar terug gehaald wat ooit verloren was, meer van zichzelf te zijn.

Eenheid verenigd in wie zij is, zoals ze maan vol schijnt,

kleine lichtjes als sterretjes achter al dat licht verdwijnt.

 

In eer stak ze een kaarsje aan, voor de verloren zielen op deze dag,

ze riep haar spirits bijeen, betreedde ze met een lach.

Haar licht scheen krachtig de wereld in, ze liet zich zakken in een stoel,

de maan belichtte haar gedaante, haar spirit liet ze gaan, voor een nieuw doel.

 

Niet meer op aarde zou ze verder gaan, haar taak was gedaan,

ze had nog een laatste wens.

Ze beloofde liefde en vrede in de mens.

Mensen waarvan ze hield in het bijzonder,

liet ze gaan en gaf ze de kracht van zelfheling in handen,

hielp ze met het scheppen van hun eigen wonder.

 

Ze hoefde alleen in spirit aanwezig te zijn in hun ziel,

soms ongemerkt gaf ze soms een duwtje aan.

Gidste deze zielen door hun leven heen zodat zij ook het pad der licht zouden gaan,

niemand zou sterven in duisternis. Haar licht scheen over al deze mensen heen,

zodat ook zij naar verlichting zouden gaan.

 

Bij elke volle maan.....

 

Ahe

 

18-04-19